|
Op woensdag 14 maart promoveerde Aarnoud Hoekema tot
doctor in de Medische Wetenschappen aan de Rijksuniverstiteit
Groningen op een onderzoek naar de behandeling van
slaap-apneu met CPAP of de intra-orale MRA. De kern
van zijn onderzoek was of de MRA minder effectief
was als de CPAP, zoals wij al weten blijkt de MRA
bij lichte en matige Apneu niet onder te doen vioor
de CPAP. De twee bekende MRA's is Nederland zijn de
ASA en de SILENCOR.
Citaat uit de Nederlandstalige samenvatting, bladzijde
267, statistische uitleg weggelaten vanwege de leesbaarheid..
" Hoofdstuk 4.1 beschrijft een zogenaamde non-inferiority
studie waarin wordt verondersteld dat bij de behandeling
van OSAHS, een intraoraal apparaat, ten aanzien van
effectiviteit, niet onderdoet voor de CPAP-therapie.
In
totaal werden 103 OSAHS -patiënten geïncludeerd
en willekeurig ingedeeld voor behandeling met een
intraoraal apparaat dan wel CPAP. Na twee tot drie
maanden behandeling werd het effect van beide therapieën
geëvalueerd door polysomnografie te verrichten.
Er werd bepaald bij welk percentage van de patiënten
behandeling met een intraoraal apparaat en CPAP effectief
was. " "
Behandeling
was effectief bij 39 van de 51 patiënten die
werden behandeld met een intraoraal apparaat (77%)
en bij 43 van de 52 patiënten die werden behandeld
met CPAP ( 83%). " ". Hiermee werd aangetoond
dat voor de behandeling van OSAHS intraorale apparaten
niet ondergeschikt zijn aan de CPAP-therapie. Bij
nadere bestudering van het specifieke indicatiegebied
van intraorale apparaten, lijkt deze behandeling echter
voornamelijk geïndiceerd bij milde tot matige
vormen van OSAHS (d.w.z., AHI = 30).
|